HAARDENPALEIS Specialist in sfeerhaarden

Is een bio-ethanol haard veilig?

Ja, een bio-ethanol haard is veilig, op voorwaarde dat je een model koopt dat aan de Europese norm EN 16647 voldoet en je een handvol vaste gebruiksregels aanhoudt. Het blijft open vuur, en de meeste ongelukken ontstaan bij het bijvullen, niet door de haard zelf. In deze gids lees je waar je op let bij aanschaf en gebruik.

Hoe een bio-ethanolhaard werkt

Bio-ethanol is alcohol die uit plantaardig materiaal wordt gemaakt, bijvoorbeeld uit graan of suikerriet. De haard heeft een brander of branderbox waarin die vloeistof brandt met een rustige, gele vlam. Bij een goede brander en geschikte brandstof verbrandt de ethanol vrijwel volledig; er komt dan vooral waterdamp en wat CO2 vrij. Rook of roet is er niet, en daarom heeft de haard geen rookkanaal of afvoer nodig.

De vlam is echt en geeft echte warmte af. Dat is precies waarom mensen deze haard kiezen, maar het betekent ook dat binnen dezelfde regels gelden als voor elk ander open vuur.

Wat EN 16647 regelt

EN 16647 is de Europese norm voor sfeerhaarden op bio-ethanol. De norm stelt veiligheidseisen aan onder meer de stabiliteit van de haard, de beveiliging van de vlam en de waarschuwingen en instructies die de fabrikant moet meeleveren. Een haard die volgens deze norm is gebouwd en getest, is ontworpen om niet om te vallen, om bij normaal gebruik niet te lekken en om de vlam veilig te kunnen doven.

Daarnaast geldt in de EU de algemene productveiligheidsverordening (GPSR), die fabrikanten en verkopers verplicht alleen veilige producten op de markt te brengen. Vraag bij aankoop dus altijd of een haard volgens EN 16647 is gebouwd. Een serieuze verkoper beantwoordt die vraag zonder aarzelen.

Waar je op let bij aanschaf

  • Norm: kies een haard die volgens EN 16647 is gebouwd en getest. Staat dat nergens vermeld, vraag er dan naar voordat je bestelt.
  • Stabiliteit: een vrijstaande haard hoort stevig te staan en niet te wankelen als je er tegenaan stoot. Een wandmodel monteer je met het meegeleverde bevestigingsmateriaal in een massieve ondergrond.
  • Vlambeveiliging: een goede brander heeft een schuif of doofplaat waarmee je de vlam in één beweging dooft, plus een gecontroleerde vulopening.
  • Branderkwaliteit: een dubbelwandige stalen branderbak, eventueel gevuld met absorptiemateriaal, voorkomt dat gemorste ethanol zich verspreidt.

Ons eerlijke advies: bezuinig niet op de brander. Een strakke omkasting maakt een wankele brander niet veiliger, en een degelijke doofschuif is belangrijker dan het design. Liever een eenvoudiger model met een goede brander dan andersom.

De vijf gouden gebruiksregels

Houd je aan deze vijf regels en het risico blijft klein.

  • Vul nooit bij als de brander warm is. Doof de vlam, wacht minstens een kwartier tot alles is afgekoeld en vul dan pas bij. Bijvullen op een hete brander is de grootste oorzaak van ongelukken met deze haarden.
  • Gebruik alleen bio-ethanol die voor haarden is bedoeld. Geen spiritus, geen aanmaakvloeistof en geen brandstof van onduidelijke herkomst.
  • Ventileer de ruimte. Zet een raam op een kier of gebruik een ventilatierooster zolang de haard brandt.
  • Houd afstand tot brandbare materialen. Denk aan een meter tot gordijnen, meubels en kussens, en zet de haard niet op de tocht: een vlaag wind kan de vlam verplaatsen.
  • Laat de vlam nooit onbeheerd branden. Doof de haard als je de kamer langer verlaat of gaat slapen.

Nog een punt dat vaak wordt vergeten: de opslag van de brandstof. Bewaar bio-ethanol in de goed afgesloten originele fles, rechtop, koel en buiten bereik van kinderen. Zet de voorraad niet naast de brandende haard en houd niet meer in huis dan je op korte termijn gebruikt.

Ventilatie: waarom het nodig is

Een brandende ethanolvlam verbruikt zuurstof en produceert CO2, vergelijkbaar met een flink aantal brandende kaarsen. In een normale woonkamer met een raam op een kier is dat geen probleem. In een kleine, goed geïsoleerde ruimte zonder ventilatie kan het CO2-gehalte wel oplopen; je merkt dat aan een bedompt gevoel of hoofdpijn. De handleiding vermeldt voor elk model een minimale ruimtegrootte. Houd je daaraan en gebruik de haard niet in zeer kleine ruimtes zoals een badkamer.

Wat je doet bij twijfel

Gedraagt de vlam zich vreemd, flakkert hij hoog op of ruik je een scherpe geur, doof de haard dan met de doofschuif en laat hem afkoelen voordat je iets controleert. Gemorste ethanol neem je op met een doek en laat je verdampen voordat je opnieuw aansteekt. Houd een blusdeken binnen handbereik en blus een ethanolvlam nooit met water: daarmee verspreid je de brandende vloeistof alleen maar. Twijfel je over een model, de plaatsing of de brandstof, neem dan contact met ons op voordat je aansteekt.

Veelgestelde vragen

Mag een bio-ethanol haard in een appartement?

Ja. De haard heeft geen rookkanaal of afvoer nodig, dus je hoeft niets aan de woning te veranderen. Zorg wel voor ventilatie en houd de minimale ruimtegrootte uit de handleiding aan.

Komt er koolmonoxide vrij bij een bio-ethanol haard?

Bij een goed werkende brander, geschikte brandstof en voldoende ventilatie verbrandt bio-ethanol vrijwel volledig tot waterdamp en CO2. Slechte ventilatie of verkeerde brandstof vergroot de kans op onvolledige verbranding, en daarom zijn die twee regels geen vrijblijvend advies.

Hoe lang brandt een bio-ethanol haard op één vulling?

Een gemiddelde brander verbruikt ongeveer 0,3 tot 0,5 liter per uur. Een brander met een reservoir van bijvoorbeeld 1,5 liter brandt dus grofweg 3 tot 5 uur, afhankelijk van de stand van de schuif.

Mag ik bijvullen terwijl de haard brandt?

Nee, nooit. Ook niet als de vlam bijna uit is. Doof de vlam volledig, laat de brander minstens een kwartier afkoelen en vul daarna pas bij.

Geschikte bio-ethanol en een blusdeken vind je bij onze accessoires. Modellen die aan de norm voldoen staan bij de bio-ethanolhaarden.